Hoe kun je betrouwbaar meten met een SQM?
  • een Sky Quality meting vindt ALTIJD plaats in het zenit.
  • meet alleen als de zon onder is. Bij voorkeur als het astronomisch donker is.
  • meet bij maanloze hemel.
  • meet bij een wolkenloze hemel. Ook sluierbewolking vertekent de waarde.
  • invallend licht van boven is taboe.
  • metingen bij sneeuw zijn altijd lager door meer strooilicht. Bij voorkeur niet meten bij sneeuw.
  • laat de SQM voor een meting langere tijd buiten liggen. De meting is betrouwbaarder als het apparaat aan de buitentemperatuur is aangepast.
  • bij voorkeur de SQM boven je hoofd houden met uitgestrekte arm.
  • de eerste meting negeren. Deze is meestal te hoog. Doe er meerdere en neem dan het gemiddelde.
  • de hemel rondom zenit moet bij gebruik van de SQM-L 20 graden in alle richtingen vrij zijn.
  • vermijd metingen in de nabijheid van hoge objecten.
  • noteer de datum en tijd en eventueel ook de temperatuur en andere bijzondere omstandigheden.
  • Wat zegt de waarde?
    -waarde <19.0: hemel is eigenlijk te licht voor zinnig waarnemen, met name deepsky lijdt onder het lage contrast. Op objecten waar flink vergroot kan worden zoals bolhopen en compactere open sterrenhopen is nog wel enige eer te behalen met een voldoende grote telescoop, maar sterrenstelsels laten nauwelijks details zien, als ze al zichtbaar zijn. Enkel de helderste sterren van de bekende sterrenbeelden zijn zichtbaar. Planeetwaarnemingen zijn nog altijd goed te doen.
    -waarde 19.0-19.5: de hemel begint al bruikbaar te worden. Melkweg is vaag zichtbaar in zenit, maar lastig te herkennen op lagere hoogten met meer lichtvervuiling die toch nog aanzienlijk stoort. Van de Messierobjecten is alleen M31 goed met het blote oog zichtbaar als deze hoog aan de hemel staat. Sterrenstelsels blijven wazige vlekjes en laten alleen de helderste delen zien, zelfs in grote telescopen. De meeste sterrenbeelden zijn wel te herkennen, maar sterrenbeelden met zwakkere sterren zoals Lacerta of Monoceros vereisen perifeer zicht om hun vorm herkenbaar te kunnen waarnemen en zijn dan nog steeds niet makkelijk.
    -waarde 19.5-20: Lichtvervuiling is in mindere mate aanwezig en beperkt zich vooral tot de hemelgebieden direct boven bevolkt gebied. De melkweg is met het blote oog tot vrij laag boven de horizon te volgen en laat al enkele details zien, zij het met perifeer kijken. Veel sterrenbeelden zijn al in zijn geheel herkenbaar waarbij nog steeds perifeer zicht gebruikt moet worden voor de zwakkere sterren. Vooral de wat kleinere sterrenstelsels blijven helaas nog steeds wazige vlekjes hoewel de zwakkere buitengebieden zich ook al laten zien rondom eventuele heldere kernen.
    -waarde 20.0-20.5: De melkweg is met het blote oog niet meer te missen en laat veel details zien. De scheiding na Zwaan is goed te volgen tot in Ophiuchus. De meeste deepsky objecten zijn in de grotere instrumenten(20cm+) al zeer de moeite waard. Veel compacte Messierobjecten zoals bolhopen zijn zonder al teveel problemen met het blote oog te zien. Lichtvervuiling is nog aanwezig, maar speelt alleen op lage hoogte parten bij de waarneming.
    -waarde 20.5-21:De melkweg is met direct zicht goed te volgen. Perifeer kijken toont alleen maar meer details. De helderste deepsky objecten zijn in middelgrote telescopen spectaculair vanwege het goede contrast met de hemelachtergrond. Alle sterrenbeelden zijn in zijn geheel te zien en er hoeft niet eens meer extreem perifeer gekeken te worden voor de zwakkere sterren.
    -waarde 21-21.5: De melkweg is overduidelijk aanwezig en prachtig en met uitzondering van een tiental graden boven de horizon in zijn geheel te volgen. Lichtvervuiling wordt alleen nog maar gehint door een verheldering van de hemel boven zeer grote agglomeraties. In grote instrumenten zijn veel Messiergalaxieën zeer helder en tonen zeer veel details. De zwakste sterren uit de sterrenbeelden zijn direct herkenbaar.
    -waarde >21.5: zeer donkere hemel. Tijdens de zomermaanden is de melkweg prominent aanwezig en kan zelfs het nachtzicht belemmeren. Zeer veel deepsky objecten en vooral de Messierobjecten zijn spectaculair, zelfs in wat kleinere telescopen. Het contrast is optimaal. De enige limiet is de visuele grensmagnitude die soms nog parten speelt bij de zwakkere objecten die uit magnitude 16+ sterren bestaan en dan niet helemaal oplossen. Sterrenbeelden zijn lastig(er) te herkennen door de vele sterren die zichtbaar zijn.